Mus

MusIk ben een echt talenmens. In mijn eindexamenpakket had ik vijf talen en ik kon niet kiezen welke taal ik zou gaan studeren: oude talen of Frans. Het werd het laatste, met een paar uitstapjes naar Spaans. Tja, ik wilde toen een levende taal studeren, eentje waarin ik kon communiceren met échte mensen en niet met geschreven overblijselen van reeds lang tot stof vergane individuen. Dat deze schriftgeleerden mij waarschijnlijk veel meer te vertellen hadden dan de gemiddelde Fransman, was iets waar ik pas later achterkwam. Bovendien bleek een letterenstudie geen enkele garantie op uitgroeien tot een vloeiende Franse spraakwaterval, de gedroomde romances met Yves en François ten spijt. Het vak spreekvaardigheid heeft met een beetje geluk 5% beslagen van alle kennis en vaardigheden die ons werden aangereikt. “Wat is mus in het Frans?” vroeg mijn geliefde mij laatst nietsvermoedend. Ik moest het opzoeken. Schaamrood op de kaken. Toch heb ik zes jaar lang gretig gestudeerd. Ja, ik ben nog van de tijd dat men vond dat het vergaren van wijsheid tijd mocht kosten.
Ik volgde alles wat er maar te volgen was aan colleges, binnen de eigen studie en ver daarbuiten. De sponzige weetgierigheid van toen ben ik niet kwijtgeraakt, maar ook een spons heeft een bevattingslimiet. Af en toe word ik flink uitgewrongen om plaats te maken voor een nieuwe lading dorstlessend weetwater. “Doe je nog iets met je Frans?” Nee, niet direct. Maar: non, je ne regrette rien. De liefde voor taal is mij met de paplepel ingegoten en is onverwoestbaar. De opleiding tot vertaler liet mij ervaren dat er ook heel veel plezier te beleven is aan onze eigen taal. Schrijven en denken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en verbeeldingskracht is nergens zó sterk in te zetten als in je eigen moedertaal. De liefde voor beeld voegde zich later bij mijn eerste liefde. Daarover een volgende keer meer. Eén Frans woord vergeet ik nooit meer. Moineau.